Opdat zij niet
vergeten worden

Stichting Joods Monument Den Haag

De stichting stelt zich ten doel het realiseren en in stand houden van een passend monument ter herinnering aan de in de Tweede Wereldoorlog vermoorde Haagse Joden. Dit monument wordt verwezenlijkt ten behoeve van de Haagse bevolking en met name de jeugd in het algemeen en de Joodse gemeenschap in het bijzonder.

Na realisatie is het monument overgedragen aan de Gemeente Den Haag.

Joods monument Den Haag

400 jaar geschiedenis

1580
1590
1665
1677
1688
1694
1716
1726
1796
1800
1824
1844
1849
1850
1869
1900
1912
1913
1914-1918
1916
1920
1925
1926
1933
1938
1940-1945
1940
29 juni 1940
20 april 1941
2 mei 1942
17 juni 1942
augustus 1942
18 augustus 1942
25 augustus 1942
8 september 1942
23 april 1943
1945
1 september 1945
1946
1946
1946
1958
12 oktober 1967
15 september 1968
1986
2006
28 januari 2018

1580

Portugese Synagoge Den Haag
Foto: Ido Menco

ONTSTAAN JOODSE GEMEENSCHAP DEN HAAG

Den Haag had niet één, maar twee Joodse buurten. Er was een grote gemeenschap in het Spui-Haven-gebied (Wagenstraat en Veerkades) [De ‘Buurt’ genoemd] en een tweede (veel kleinere) bij de Nieuwe Uitleg. (Smidswater). In het Nieuwe Uitleg-gebied woonden voornamelijk ‘Portugese Joden’. Deze Joden kwamen aan het eind van de zestiende eeuw naar West-Europa omdat Portugal in 1580 een onderdeel van Spanje werd. De Spanjaarden vervolgden allen die niet Rooms-Katholiek waren of wilden worden. Onder de noemer ‘Portugese Joden’ vallen ook Joden uit Spanje, Turkije en Tessaloniki. Deze ‘Sefardische Joden’ hadden een eigen taal, het Ladino met elementen uit Spaans, Hebreeuws en Arabisch. In Nederland spraken de Portugese Joden Portugees. Na ca. 1670 kwamen ook Joden uit Oost-Europa naar Den Haag. De meesten vestigden zich in de buurt acher het Spui. Men spreekt van de Asjkenazische Joden. Hun taal was voornamelijk het ‘Jiddisch’

1590

Samuel Pallache was een van de eerste Joden die als zodanig in Den Haag geregistreerd werden.
Bron: Rijksmuseum

EEN VAN DE EERSTE IN DEN HAAG GEREGISTREERDE JODEN

Samuel Pallache (ca. 1550 ~ 1616), een koopman-avonturier uit Marokko, kwam in 1590 met zijn broer naar Nederland, waar hij één van de oprichters van de Amsterdamse Sefardisch Joodse gemeenschap was. Hij reisde vaak op en neer tussen Nederland en Marokko en onderhandelde als afgezant van de Sultan met prins Maurits over samenwerking tussen Marokko en de Staten van Holland tegen Spanje en de Barbarijse piraten. Zelf kreeg hij van de prins een kapersbrief. In 1614 wilde hij een gekaapt Portugees schip naar Holland brengen, maar moest vanwege storm een Engelse haven opzoeken. Daar is hij op verzoek van de Spaanse ambassadeur gevangengezet. Op aandringen van de prins vrijgelaten, ging hij berooid en ziek terug naar Holland, waar hij op 4 januari 1616 stierf. Hij werd als Samuel Pallache op Beth Haim, de Portugese begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel, begraven.

1665

vlnr: Joodse verkoper van Tweedehands kleding . Gildeboekje, alle nieuwe toetreders werden opgetekend
Foto links: Joods Historisch Museum 104N029
Foto rechts: Haags Gemeentearchief

TOETREDING WINKELIERSGILDE

In tegenstelling tot Amsterdam, dat Joden al sinds 1636 verbood een winkel te hebben, was het in Den Haag aan Joodse ondernemers wel toegestaan een winkeltje te beginnen. Aron Morijno kreeg als eerste Jood het lidmaatschap van het Sint Nicolaasgilde, hij had een winkeltje bij de Kikvorsbrug. Vanaf de Middeleeuwen waren er in ons land gilden. Gilden reguleerden de productie en afzet van goederen voor een lokale markt, maar ze hadden ook een sociale rol. Het waren gesloten gezelschappen. In sommige documenten wordt soms fel en discriminerend geschreven over buitenstaanders, Joden, vreemdelingen en buitenlanders. Alleen christelijke mannen konden lid worden van een gilde, dus de toetreding tot het winkeliersgilde van de Joodse winkeliers was bijzonder. Het gildewezen werd in Nederland pas in 1818 afgeschaft.

1677

STERFJAAR VAN BARUCH SPINOZA

De beroemde filosoof Baruch Spinoza (1632 – 1677) werd geboren in Amsterdam op 24 november 1632 en overleed in Den Haag op 21 februari 1677. Hij was een groot filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting. Spinoza was van Sefardisch-Joodse afkomst, maar werd op 27 juli 1656 verbannen uit de Portugees-Joodse gemeenschap van Amsterdam. Rond 1661 verhuisde hij vanuit Amsterdam naar Rijnsburg. Hij voorzag in zijn onderhoud met het slijpen van lenzen. Hij heeft zich later in Den Haag gevestigd in de grote Joodse buurt waar hij een kamer huurde aan de Paviljoensgracht in een huis dat daar nog altijd staat.

1688

JOODSE BARON MET INVLOED

Don Francisco Lopes Suasso (ca. 1657-1710), Baron d’Avernas le Gras, zoals hij formeel heette, was een invloedrijke Joodse inwoner van Den Haag. Hij was een zoon van een schatrijke bankier die ondanks zijn Joodse afkomst door koning Carlos Segundo van Spanje in de adelstand was verheven. Na zijn vestiging in Den Haag bouwde Don Francisco Lopes Suasso als succesvolle bankier het familiefortuin uit en investeerde het onder meer in de Verenigde Oostindische Compagnie. Hij financierde stadhouder Willem III bij zijn verovering van de Engelse troon en in zijn strijd tegen Lodewijk XIV tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Zijn stadspaleis aan het Korte Voorhout, waar nu het Ministerie van Financiën staat, was van een waarlijk majestueus aanzien.

1694

Scheveningseweg Joodse Begraafplaats ca. 1981
Foto: St Joods Erfgoed Den Haag

RELIGIE

De Portugese Joden in Den Haag bouwden hun mooiste synagoge (architecten: Daniël Marot en Felix du Sart) aan de Prinsessegracht. De Hoogduitse Joden kregen in 1723 een synagoge aan de Voldersgracht. Beide gemeenschappen begroeven vanaf 1694 hun doden op de Joodse Begraafplaats achter het Tolhuis aan de Scheveningseweg (thans gelegen tegenover het Vredespaleis).

1716

Portret Tobias Boas
Bron: St. Joods Erfgoed Den Haag

ONSTAAN BANKIERSHUIS BOAS

Een van de beroemdste Joodse Hagenaars in de achttiende eeuw was de Asjkenazische bankier Tobias Boas (1696-1782), de zoon van een Poolse immigrant. Zijn vader verwierf in 1690 het Haags burgerschap. In 1703 probeert hij toegang te krijgen tot het wijnkopersgilde, maar werd niet toegelaten. Hij legde zich daarna to op de handel in juwelen, goud en textiel. In 1716 gaan vader en zoon Tobias samenwerken met Hendrik van de Casteele. Uit deze samenwerking onstond het bankiershuis Boas. Tobias Boas breidde de handelsactiviteiten uit en slaagde erin met zijn bank international faam te verwerven.

1726

Philips Jan Caspar, Portugese synagoge Beth Jacob in Den Haag, 1729
Collectie Joods Historisch Museum

INWIJDING SEFARDISCHE SYNAGOGE

Tegen het einde van de zeventiende eeuw kwamen verschillende rijke Portugese families uit Amsterdam naar Den Haag. Zij behoorden tot de Haagse elite. Toch bleven ze wel een aparte groep door hun Mediterrane uiterlijk en religie. De Portugees Joodse Gemeente kende aan het begin van de zeventiende eeuw verschillende huissynagogen, maar met de groei van de gemeenschap groeide ook de behoefte aan een grotere ‘echte’ synagoge. Er werd besloten tot de bouw van een prestigieuze nieuwe synagoge en deze verrees aan de Prinsessegracht. Deze monumentale synagoge in Lodewijk XIV-stijl werd in 1726 ingewijd. De synagoge bleef tot in de Tweede Wereldoorlog in gebruik door de Joods-Portugese gemeente en is thans ht gebedshuis van de Liberaal-Joodse gemeente

1796

De Burgerlijke Gelijkstelling uit 1796. Burgerlijke gelijkstelling is het begrip waarmee in 1796 de emancipatie van de joden werd aangeduid (het begrip emancipatie bestond nog niet).
Foto: Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam (collectie J. van Velzen)

‘GELYKSTAAT DER JODEN’

Veel Joden in Nederland waren gevlucht voor oorlog en vervolging. Na de Portugese Joden kwamen er in de zeventiende eeuw ook veel ‘Hoogduitse’ Joden naar Nederland. Zij hadden een eigen taal, het Jiddisch. Deze taal bevatte elementen uit het Duits, Pools, Russisch en Hebreeuws. Joden mochten geen lid worden van de meeste gilden of publieke ambten bekleden. Aan het eind van de achtiende eeuw, onder invloed van de Verlichtingsidealen, gingen Joodse genootschappen zich inzetten voor emancipatie van de Nederlandse Joden. In 1796 kregen zij dezelfde burgerrechten als de protestante burgers. In de praktijk bleek er nog een lange weg te gaan voordat zij deze rechten konden effectueren.

1800

Stadkaart 1770 Jodenbuurt.
Bron denhaag.wiki

ONTWIKKELING VAN DE JOODSE GEMEENTE IN DEN HAAG

De negentiende eeuw was een periode met veel nieuwe ontwikkelingen. Dit zie je ook terug in de de veranderingen in Joods Den Haag. Opvallend hierbij was de groei van ‘de Joodse buurt’ achter de Nieuwe Kerk waar veel Hoogduitse Joden zich hadden gevestigd.

1824

Villa en fabriek Van Enthoven ca.-1890
Bron: St. Joods Erfgoed Den Haag
Foto: Haags Gemeentearchief

OPRICHTING IJZERGIETERIJ EN –PLETTERIJ ENTHOVEN

Lion (Leip of Leo John) Israel Enthoven (1787- 1863) was de zoon van Israel David Enthoven en Gelle Simons. Hij was de vierde zoon uit het gezin van vier zonen en was muziekleraar. Daarnaast handelde hij in metaalwaren, zoals koperen platen. In april 1824 startte Lion tezamen met Eduard Bartolomé Louis Maritz, de zoon van zijn muziekleerling, een fabriek voor het smelten van koper en andere metalen aan de Haagse Trekvaart ter hoogte van het huidige Rijswijkseplein. Het bedrijf floreerde, en was tot 1905 in Den Haag gevestigd.

1844

Grote Synagoge aan de Wagenstraat, 1844
Bron: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/synagoge-nig/
Collectie Haags Gemeentearchief

GROTE SYNAGOGE WAGENSTRAAT

Met de groei van het aantal Joodse inwoners in de buurt achter het Spui, nam ook het Joodse karakter van ‘de Buurt’ toe. De bestaande synagoge aan de Voldersgracht werd te klein en er werd een nieuwe gebouwd: de neo-klassieke Grote Synagoge aan de Wagenstraat.

1849

M.H. Godefroi
Bron: https://www.parlement.com/id/vg09ll12voru/m_h_godefroi
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

EERSTE JOODSE MINISTER UIT DE NEDERLANDSE GESCHIEDENIS

Mr. M.H. Godefroi (1813–1882) was een groot rechtsgeleerde, die veel voor het Nederlands staatsbestel heeft betekend. Hij was het eerste Joodse lid van de Tweede Kamer, waarvoor hij vijfmaal werd herkozen. Politiek liberaal, werd hij ook de eerste Joodse minister uit de Nederlandse geschiedenis, aanvankelijk tegen de wil van Koning Willem III. Hij loodste de Wet op de Raad van State door de Kamers en speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht.

1850

v.l.n.r. eerste Joodse weeshuis aan de Stille Veerkade 20, Joods ziekenhuis aan de Prinsegracht 65
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Joods_weeshuis (Den_Haag)

EERSTE JOODSE WEESHUIS

In 1850 heerste er in Zuid-Holland een grote cholera-epidemie. Deze sloeg hard toe in ‘de Buurt’ waar de leefomstandigheden slecht waren. Vanuit de Joodse gemeenschap werd daarom geïnvesteerd in sociale instellingen voor deze buurt. Rabbijn Samuel Berenstein (1808-1893), die de Joden liefhebbend ‘Rabbi Beer’ noemden, was een van de initiators voor de oprichting van Het Joodse weeshuis en het Joodse ziekenhuis in Den Haag. Daarnaast was hij betrokken bij de oprichting van de Stichting tot Nut van de Israëlieten in Nederland en de Vereniging voor de Joodsche Letterkunde en Geschiedenis. Samuel Berenstein was een telg uit een beroemd rabbijnengeslacht en gedoodverfd om zijn vader op te volgen als opperrabbijn van Amsterdam, maar hij werd in de hoofdstad als te conservatief beschouwd. In 1848 werd hij benoemd tot opperrabbijn van Den Haag en waarnemend opperrabbijn van Utrecht en Zeeland. Hij ontplooide zich als een groot geleerde, wiens ‘drashot’ (kanselpreken) beroemd waren. Voor zijn grote verdiensten werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

1869

Drukkerij Belinfante op de Paviljoensgracht 17 1870 
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Jacob_Belinfante en https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/
Foto: Haags Gemeentearchief

OPRICHTING NEDERLANDSCH CORRESPONDENTIEBUREAU VOOR DAGBLADEN

Weinig families zijn zo aanwezig geweest in de Nederlandse journalistiek als de Joodse familie Belinfante in Den Haag. De familie Belinfante was een bekende sefardische familie in Den Haag met een lange lijn van journalisten. In 1844 begon de samenwerking met de familie Vas Dias, ook een sefardisch journalistengeslacht. In 1869 richtten de twee families in Den Haag het Nederlandsch Correspondentiebureau voor Dagbladen (afgekort tot het Correspondentiebureau) op, waarna zij de parlementaire journalistiek tot ongeveer 1900 domineerden. Als in 1934 het ANP wordt opgericht kan het Correspondentiebureau hier niet tegenop en sluit haar deuren Mr. Johan Jacob Belinfante (1874-1947), was de laatste directeur van het Correspondentiebureau en de eerste directeur van het ANP in Den Haag.

1900

Bron: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/
Foto: Bijenkorf winkel, collectie Haags Gemeentearchief

TWINTIGSTE EEUW

In de twintigste eeuw ontstond in Den Haag een bloeiend Joods verenigingsleven. Er kwamen onder andere een Joodse voetbalclub, gymnastiekvereniging en zangkoren. De opkomst van verenigingen was een reactie op de ontkerkelijking. De Haagse Joden verspreidden zich over de stad en een steeds grotere groep keerde het geloof in meer of mindere mate de rug toe. Ook was er economisch groei en kwamen er steeds meer Joodse ondernemingen. Winkels met Joodse eigenaren waren na 1920 niet alleen in de Joodse Buurt maar overal in het centrum van Den Haag en ook daarbuiten te vinden. Grootwinkelbedrijven als De Bijenkorf, HEMA, Maison de Bonneterie en ETAM de modezaak, hadden Joodse eigenaren.

1912

OPRICHTING HAAGSE VOETBALVERENIGING ‘DE OOIEVAARS’

Aanvankelijk heette de club ‘Vitesse’ maar de Haagsche Voetbalbond en de Nederlandse Voetbalbond waren het hier niet mee eens. Dus werd de naam omgedoopt tot ‘de Ooievaars’. In 1941 werd de club op last van de Duitse bezetter opgeheven. Van de negen elftallen waren na de oorlog nog maar vier leden over. Toch werd besloten tot heroprichting van de club in 1945 en verder te gaan als een gemengde vereniging. De club is in 1986 opgeheven.

1913

Bron: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/
Foto: Maison de Bonneterie nieuwe winkel, collectie Haags Gemeentearchief

OPENING NIEUWE WINKEL MAISON DE BONNETERIE

De Bonneterie heeft zijn oorsprong in Amsterdam, maar in 1895 opende het echtpaar Cohen-Wittgenstein in de Gravenstraat 4 een Haagse filiaal van Maison de Bonneterie. In 1909 wordt gestart met de nieuwbouw op de plaats van het oude modewarenhuis aan de Gravenstraat. Op vrijdag 14 maart 1913 vond de heropening van het chique warenhuis plaats.

1914-1918

Belgische Joden in Scheveningen ca. 1916 –afbeelding in het tijdschrift Het Leven (13 juni 1916)
Bron: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/

EERSTE WERELDOORLOG

Hoewel Nederland neutraal was en het leven doorging tijdens de Eerste Wereldoorlog, was die oorlog wel aanwezig in het dagelijks leven. In augustus kwam er na de Duitse inval in België een groep Joodse Belgen naar Nederland. Leden van het NIG (Nederlands Israëlitische Gemeente) in Den Haag zorgden voor de eerste opvang. Er werd een speciaal vluchtelingencomité opgericht. Het Haagsch Comité voor Joodsche Vluchtelingen onder voorzitterschap van Eduard Kann. Na de oorlog keerden de meeste vluchtelingen terug, maar velen maakten ook gebruik van de mogelijkheid het Nederlanderschap aan te vragen.

1916

https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/papierfabriek-esveha/
Esveha aan de Rijksweg 512-514.
Foto: Dienst voor de stadsontwikkeling

OPENING NIEUWE PAPIERFABRIEK ESVEHA

NV Esveha is een oud Joods familiebedrijf met een lange historie in Den Haag. De naam verwijst naar de oprichter Ph. Simons die in 1878 een kartonnagefabriekje begon aan de Stille Veerkade in Den Haag. Al vanaf het moment van oprichting groeide het bedrijf voortdurend en was uitbreiding nodig. Om het ruimteprobleem echt op te lossen werd besloten tot het bouwen van een nieuwe fabriek buiten het centrum van Den Haag. Aan de toen nog Rijswijkseweg werd land aangekocht en gestart met nieuwbouw. Ondanks de oorlog ging de bouw voorspoedig en op 1 juli 1916 vond de officiële opening plaats van papierhandel en kantoorartikelen NV Esveha.

1920

Bron: https://www.joodsamsterdam.nl/
Portret van Loet C. Barnstijn

OPRICHTING LOET C. BARNSTIJN STANDAARD FILMS

Loet C. Barnstijn was de zoon van Hertog Izak Cohen en Eva Barnstijn. Hij groeide op in Enschede en vertrok op zijn 24ste naar Den Haag. Hij vond een baan in de textielbranche en werkte zich op van bediende tot koopman. Met de oprichting van Standaard Films en in 1925 de Loet C. Barnstijn Filmproductie, legde hij de basis voor de eerste in het Nederlands opgenomen geluidsfilm: in 1931 kwam Barnstijn met: Zijn Belooning, drie jaar later was hij medefinancier van De Jantjes. Over Joods Amsterdam maakte hij in 1932 een film. Fragmenten uit deze film werden in 1941 door bezetter misbruikt in de Nederlandse versie van de antisemitische film De Eeuwige Jood. Loet Barnstijn had een groot studiogebouw in park Oosterbeek op de grens van Den Haag en Wassenaar, dat Filmstad werd genoemd. In de meidagen van 1940 werd het door de overheid gevorderd om er Duitse krijgsgevangenen en landverraders vast te zetten.

1925

Opperrabbijn Isaac Maarsen
Bron: Joodserfgoed Den Haag
Foto: Collectie Haags Gemeentearchief

RABBIJN ISAAC MAARSEN BENOEMD TOT OPPERRABBIJN VAN DEN HAAG

Isaac Maarsen werd op 27 februari 1892 in Amsterdam geboren. Hij was al zes jaar werkzaam als rabbijn in Amsterdam toen hij op 33-jarige leeftijd werd benoemd tot opperrabbijn van Den Haag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd zijn belangrijkste taak de zorg voor de Haagse Joden. Ook nadat de Duitse bezetter de Haagse Joden dwong te vertrekken naar Amsterdam, Westerbork, of naar werkkampen buiten Nederland, bleef hij zich inzetten voor zijn gemeente. Op 21 april 1943 is hij met zijn hele gezin gedeporteerd en drie maanden later zijn alle gezinsleden in Sobibor vermoord.

1926

Voormalige synagoge aan de Harstenhoekweg 44
Bron: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/
Foto: Corien Glaudemans (2013)

NIEUWE SYNAGOGE IN SCHEVENINGEN EN IN HET BEZUIDENHOUT

Sinds het begin van de twintigste eeuw had ook Scheveningen een bloeiende Joodse gemeenschap. In 1926 werd een synagoge aan de Harstenhoekweg in gebruik genomen. In het Bezuidenhout kwam een synagoge aan de Carpentierstraat.

1933

Landgoed ockenburgh
Bron: Beeldbank Haags Gemeentearchief

OP DE VLUCHT VOOR DE NAZITERREUR

Vanaf het moment dat Hitler rijkskanselier wordt in Duitsland kwam er een de stroom Joodse vluchtelingen uit Duitsland. De gemeente Den Haag bracht de vluchtelingen onder op Landgoed Ockenburgh.

1938

Joodse vluchtelingkinderen voor Huis ten Vijver, circa 1940
Foto: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/, foto afkomstig van Georg Tscherny, collectie Miriam Keesing

KRISTALLNACHT: JOODSE KINDEREN OPGEVANGEN IN DEN HAAG

In 1938 besloot de Nederlandse overheid dat alle Joodse vluchtelingen ‘ongewenste vreemdelingen zijn’ voor wie geen plaats was in Nederland. Na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 liet Nederland toch 9000 Joden die in levensgevaar verkeerden uit Duitsland toe. De voorwaarde was wel dat ze in eigen Joodse gemeenschap moesten worden opgevangen. worden. In Den Haag werden 200 kinderen tijdelijk opgevangen in Joodse weeshuizen, bij families en opvangtehuizen.

1940-1945

Bron: www.wikipedia.nl

TWEEDE WERELDOORLOG

Bij het begin van de oorlog, in 1940, telde de Joodse Gemeenschap in Den Haag ongeveer 17.000 Joden. Ongeveer 12.000 Haagse Joden zijn in concentratiekampen vermoord. Ongeveer 2.000 Joden uit de kampen en de onderduik keerden terug naar Den Haag. Daarnaast waren er ongeveer 1.000 gemengd gehuwden en een aantal ‘ontsterde’ Joden die de oorlog hebben overleefd. De schatting is dat ca. 2000 mensen niet naar Den Haag terugkeerden, maar zich elders in Nederland of in het buitenland vestigden, of zich nooit meer als Jood ergens wilden laten registreren.

1940

Bron: Slotakkoord der kinderjaren, Herinneringen aan het Joodsch Lyceum Fisherstraat Den Haag 1941-1943 door Wally de Lange.

BEGIN ANTI-JOODSE MAATREGELEN IN NEDERLAND

Alle Anti-Joodse maatregelen die de Duitse bezetter nam hadden als doel Joden te isoleren en te registreren. Stap voor stap vervreemde de Joodse bevolking van de rest van de samenleving en zonder al te veel protest van de Nederlandse samenleving.

Zie het complete overzicht

29 juni 1940

Brief van de Duitse bezetter aan het hoofd van de gemeentelijke luchtbeschermingsdienst in Den Haag waarin onder andere wordt aangegeven dat Joden niet langer lid mogen zijn van de Luchtbeschermingsdienst vanwege hun rol op Anjerdag.

ANJERDAG, EN DE EERSTE ANTI-JOODSE MAATREGEL IN DEN HAAG

Op 29 juni 1940 (de verjaardag van prins Bernhard) lieten de Hagenaars spontaan hun afkeer jegens de bezetter zien. Deze dag gaat de geschiedenis in als Anjerdag. De Duitsers namen naar aanleiding van de Anjerdag ook hun eerste anti-Joodse maatregel in Nederland: de verwijdering van Joden uit de gemeentelijke luchtbeschermingsdienst. Dit was een van de eerste van vele maatregelen die moesten leiden tot registratie en isolatie van de Nederlandse Joden.

20 april 1941

De door brand verwoeste Heilige Arke
Bron: www.joodserfgoeddenhaag.nl
Foto: archief Gemeentepolitie Den Haag

BRANDSTICHTING GROTE SYNAGOGE

Op zondagavond 20 april, brak rond elf uur brand uit in de Grote Synagoge. Op vier verschillende plaatsen had het vuur in de synagoge gewoed. De vlammen hadden een aantal houten zitbanken verwoest. De Heilige Arke was met petroleum overgoten en eveneens in brand gestoken. Ook Torarollen, zilverwerk en het geborduurde voorhangsel gingen bij de brand verloren.

2 mei 1942

Foto: HAW Douwes coll HGA

JODENSTER VERPLICHT

Op 2 mei 1942 vervaardigt de Duitse bezetter de verordening uit waarbij het dragen van de Jodenster verplicht werd gesteld. De zogenaamde Jodenster is een gele lap met daarop gedrukt een zespuntige ster. In de ster staat in zwart het woord Jood. De Jodenster moest altijd zichtbaar en in het openbaar gedragen worden. Alle textiel was ‘op de bon’ en voor de Davidster moest behalve de prijs van vier cent een textielbon worden ingeleverd.

17 juni 1942

Overal verschijnen borden met de tekst voor Joden Verboden
Foto: bron onbekend

BEPERKTE WINKELTIJDEN IN DEN HAAG

Een groot aantal straten in Den Haag en Scheveningen werd voor Joden verboden. Joden mochten slechts winkelen tussen drie en vijf uur ’s middags.

augustus 1942

Gedenksteen in de gevel van de Paviljoensgracht ter herinnering aan de massale deportaties.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jodenbuurt (Den Haag)

DEPORTATIES HAAGSE JODEN

In augustus 1942 begonnen de deportaties. Aanvankelijk was de Academie voor Beeldende Kunsten aan de Prinsessegracht de verzamelplaats voor Haagse Joden die op transport werden gesteld. Kort daarna diende het Joodsch Tehuis aan de Paviljoensgracht 27a – voor de Tweede Wereldoorlog een Joods cultureel centrum – als startpunt van de deportaties. Een gedenksteen in de gevel van de Paviljoensgracht herinnert daar nog aan. De massale deportaties gingen door tot 30 september 1943, toen het overgrote deel van de Haagse Joden was weggevoerd. De Joden die toen nog in Den Haag woonden, waren gemengd-gehuwd of ondergedoken in de stad.

18 augustus 1942

Rijnstraat, Station Staatsspoor (CS) 1945
Bron tekst en foto: https://www.haagsetijden.nl/tijdlijn/de-wereldoorlogen/joden-weggevoerd#.WVutpDOB3Vo

TRANSPORT VANAF STATION STAATSSPOOR (THANS CENTRAAL STATION)

4000 Haagse Joden moesten zich op 18 augustus 1942 melden bij Station Staatsspoor om weggevoerd te worden. Zij waren de eersten van de circa 14.000 Joodse Hagenaars die via Kamp Westerbork uiteindelijk in de concentratiekampen terecht zouden komen. Omdat op deze oproep niet veel Joden reageerden, ging de Haagse politie Joodse inwoners van Den Haag zelf ophalen. De treinen vertrokken ’s nachts vanaf vanaf het Station Staatsspoor.

25 augustus 1942

Joodse lagere school aan de Bezemstraat, in het midden opperrabbijn Isaac Maarsen, ca. 1941
Foto: Collectie Haags Gemeente Archief

JOODSE LEERLINGEN MOGEN NIET MEER NAAR GEWONE SCHOLEN

Bij besluit van 25 augustus 1941 bepaalde de Duitse bezetter dat Joodse leerlingen met ingang van 1 september 1941 niet meer naar ‘gewone’ scholen mochten gaan. Voor Den Haag betekende dit dat de gemeente voor hen afzonderlijke scholen moest oprichten. Jonge joodse kinderen mochten alleen nog maar naar de schoolgebouwen aan de Bezemstraat 1-3 of de Duinstraat 10. Vanaf 1 december 1942 moesten alle lagere schoolkinderen naar de Bezemstraat.

8 september 1942

ZITVERBOD OPENBARE BANKEN

In Den Haag mochten Joden niet meer op openbare banken zitten.

23 april 1943

JODEN MOGEN NIET MEER IN DEN HAAG WONEN

De Duitse bezetter bepaalde dat er geen Joden meer in Den Haag mochten wonen. De meeste Joden waren in 1943 al gedeporteerd. Joden die toen nog niet waren weggevoerd probeerden onder te duiken.

1945

Chanoekafeest in Den Haag, december 1945
Foto: Collectie Haags Gemeente Archief

NAOORLOGSE PERIODE

Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog woonden er ongeveer 17.000 Joden in Den Haag. Na de oorlog keerden er circa 2.000 terug naar de residentie. Het oppakken van het normale leven ging moeizaam en er was niet echt sprake van hulp en begrip voor de teruggekeerde oorlogsslachtoffers. Vele oorlogsslachtoffers hadden geen huis meer. Tijdens de oorlog waren hun huizen in beslag genomen. Het terugkrijgen van hun onroerende eigendommen bleek moeizaam.

1 september 1945

Mauritslaan 92-98, op nr. 94 was direct na de oorlog de Joodse Noodopvang – DSO
Foto: Collectie Haags Gemeente Archief

NOODTEHUIS PRINS MAURITSLAAN GEOPEND

Voor de opvang van terugkerende oorlogsslachtoffers waren er overal in Den Haag noodtehuizen ingericht. Vanwege de verzorging van koosjere maaltijden voor Joden, kwam aan de Prins Mauritslaan 94 een speciaal noodtehuis voor Joden. Op 1 september 1945 opende de Gemeentelijke dienst Noodtehuizen Gemeente Den Haag het gebouw. Tot de andere taken van de dienst behoorde ook de zorg voor repatrianten. De dienst organiseerde de terugkeer, deed medische controles, deed politieke controles en registreerde repatrianten.

1946

Voormalig directeur Izak Zadoks neemt afscheid directeur Philips Simons in 1976 personeelsblad Esveha
Bron en Foto: https://www.joodserfgoeddenhaag.nl/

S.V.H. WEER OPGEBOUWD

Papierfabriek ESVEHA aan de Rijswijkseweg werd weer opgebouwd. Na de oorlog keerde directeur Jo Hartog, die naar Suriname was gevlucht, terug en benoemde zijn broer Philip Hartog tot de directie van de fabriek. Philip zou de firma opnieuw opbouwen. In 1952 trad Izak Zadoks toe tot de directie. In 1959 werd hij algemeen directeur.

1946

Confectiefabriek Gazan, 1939
Bron: www.joodserfgoeddenhaag.nl
Foto: fotograaf HAW Douwes HGA001-080355

HEROPRICHTING GAZAN CONFECTIEFABRIEK

In 1880 begon de Joodse koopman Joseph Gazan (Amsterdam, 27 november 1851 – Amsterdam, 3 november 1925) aan de Amsterdamse Zeedijk 46 een kledingzaak onder de naam ‘Gazan’. In 1934 besloot de directie om van Amsterdam naar Den Haag te verhuizen. De toenmalige directeuren waren Hijman en Louis de Wind en Isaac van Weezel. Van de familie Gazan overleefde alleen Selina de Wind-Gazan en Louis de Wind de oorlog.

Salomon Gazan, de zoon van de oprichter van het Gazanbedrijf, werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dochters Anna en Betsy zijn in 1944 omgebracht in Auschwitz. Ook kleinkinderen en achterkleinkinderen van Joseph en Eva Gazan-Arends zijn in Auschwitz of Sobibor vermoord. Hijman en Selina de Wind-Gazan overleefden de oorlog in de Verenigde Staten.

Na de bevrijding keerde Louis de Wind, kleinzoon van Joseph Gazan, terug in de fabriek. In november 1955 vierde Louis zijn 25-jarig jubileum als directeur. In 1976 nam het textielconcern Zeeman Gazan over.

1946

Interieur van de gerestaureerde Grote Synagoge in de Wagenstraat ca. 1950
Bron: www.Joodserfgoeddenhaag.nl
Foto: Dukker collectie Haags Gemeentearchief

IZAK ZADOKS WORDT VOORZITTER VAN HET BESTUUR VAN DE NEDERLANDS ISRAËLITISCHE GEMEENTE (NIG)

Er zijn niet veel Haagse Joden die de oorlog overleefd hebben. Na de oorlog startte het Joods leven in Den Haag moeizaam op. Zo ook de Nederlands Israëlitische Gemeente Den Haag (NIG Den Haag). Izak Zadoks was van 1946 tot aan zijn emigratie naar Israël in 1978 voorzitter van het bestuur van de Nederlands Israëlitische Gemeente van Den Haag. Onder zijn bestuur werd de Grote Synagoge aan de Gemeente Den Haag verkocht, die het vervolgens doorverkocht. Thans is er de Al Aksa moskee gevestigd.

1958

Voormalige Portugees-Israëlische synagoge (thans synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente) te Den Haag
Bron: www.joodserfgoeddenhaag.nl
Foto: Rijksmonumnet nummer 17552

HEROPRICHTING LIBERAAL JOODSE GEMEENTE

Pas in de jaren vijftig was er een kleine groep mensen die de kracht had om de Liberaal Joodse Gemeente Den Haag nieuw leven in te blazen. In 1958 werd de Liberaal Joodse Gemeente (L.J.G.) opnieuw opgericht. Mr. R.A. (Bob) Levisson speelde hierbij een belangrijke rol. Onder andere door zijn toedoen kon de oude Portugese synagoge voor de L.J.G. worden aangekocht en gerestaureerd.

12 oktober 1967

Onthulling van het monument aan de Gedempte Gracht.
Bron en Foto: www.joodserfgoeddenhaag.nl

ONTHULLING AMALEK MONUMENT

Het Amalekmonument met de grote Davidster aan de Gedempte Gracht in Den Haag is opgericht ter nagedachtenis aan de Haagse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn gedeporteerd en omgebracht. Het monument is onthuld door opperrabbijn S. Beëri met Burgemeester me. H.A.M.T. Kolfschoten. De plaquette is aangebracht op de gevel van het gebouw van de Stichting Levi Lassen. De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van de Stichting Levi Lassen.

15 september 1968

LJG 1976 Herinwijding van de synagoge Prinsessegracht
Foto: Collectie Haags Gemeente Archief

EERSTE DIENST IN VOORMALIGE PORTUGESE SYNAGOGE

De eerste dienst in de voormalige Portugese synagoge vond plaats op 15 september 1968. De Amsterdamse liberale rabbijn dr. Jacob Soetendorp installeerde zijn zoon Awraham Soetendorp als (eerste) rabbijn van de Liberaal-Joodse Gemeente Den Haag. Vanaf 3 september 1976 is de voormalige Portugese synagoge in permanent gebruik als gebedshuis voor de Liberaal Joodse Gemeente.

1986

Interieur synagoge Cornelis Houtmanstraat (Foto NIG 2013)
Bron: Joods erfgoed Den Haag

OPENING SYNAGOGE VAN DE NIG AAN DE CORNELIS HOUTMANSTRAAT

De synagoge staat sinds 1986 in de Cornelis Houtmanstraat in het Bezuidenhout. Tussen de twee wereldoorlogen in konden Joden terecht in verschillende synagogen in de stad. Maar vele Haagse synagogen zijn in de Tweede Wereldoorlog geplunderd en zwaar beschadigd. Na de oorlog werden niet alle synagogen opnieuw in gebruik genomen; de synagoge van de NIG (Nederlands Israëlietische Gemeente te ‘s-Gravenhage) is wel hersteld, maar was veel te groot geworden voor de nu kleine Asjeknazisch-Joodse Gemeente. In juni 1986 startte dr. A. Baumgarten, voorzitter van de kerkraad van de NIG, de bouw van een nieuwe synagoge. Op 30 september 1986 was de officiële inwijding in aanwezigheid van koningin Beatrix.

2006

Het Kindermonument op het Rabbijn Maarsenplein.
Bron: www.joodskindermonument.nl
Foto: Pauline van Till, eigen werk

ONTHULLING JOODS KINDERMONUMENT

In 1999 is de naam Bezemstraat gewijzigd in Rabbijn Maarsenplein, ter nagedachtenis aan rabbijn Isaac Maarsen, de Joodse opperrabbijn van Den Haag in de Tweede Wereldoorlog. In 2006 is ter nagedachtenis aan de omgekomen Joodse, Roma en Sinti kinderen in Den Haag het Joods Kindermonument opgericht op de speelplaats van de voormalige Joodse lagere school aan de Bezemstraat. Een monument met alle namen van de vermoorde Joodse, en Roma en Sinti kinderen uit Den Haag staat in het Museon.

28 januari 2018

ONTHULLING JOODS MONUMENT DEN HAAG

Op 28 januari 2018 werd het Joods Monument Den Haag, op het Rabbijn Maarsenplein onthult door burgemeester Ms. Pauline Krikke. Dit monument ontworpen en gerealiseerd door de kunstenaar Anat Ratzabi, incorpereert het Amalek monument van kunstenaar Dick Stins 1967, dat voorheen gesitueerd was op de Gedempte gracht. Het indrukwekkende monument laat een muur zien met een deur op een kier, waar licht doorheen schijnt. Bij nadere inspectie is er geen opening. De deurnaar een toekomst die er had kunnen zijn, maar er niet mocht zijn. Het monument herinnert niet alleen aan de duizenden vermoorden Joden, maar ook ‘De Buurt’, het Joodse gebied, dat voor bijne vier eeuwen floreerde rondom dit plein. De keynote spreker tijdens de onthulling was Dr. Ernst Hirsch Ballin, zijn indrukwekkende toespraak kan hier worden gelezen.

Joods monument Den Haag

De Locatie

Joods monument Den Haag

Betekenis monument

Joods monument Den Haag

Toelichting

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van de Haags Joodse bevolking gedeporteerd en daarna vermoord in concentratiekampen. Ruim 14.000 Haagse Joodse inwoners zijn gedeporteerd, waarvan er zeker 12.000 zijn vermoord. Daarmee is Den Haag de tweede stad van Nederland als het gaat om aantallen gedeporteerde en omgebrachte Joodse inwoners.

Inmiddels is het ruim 70 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog is afgelopen en kende Den Haag nog geen passend monument waar haar Joodse inwoners herinnerd en herdacht konden worden. Dat is de reden waarom Stichting Joods Monument Den Haag het initiatief heeft genomen om midden in de oude Joodse buurt in Den Haag een monument op te richten ter herinnering aan en herdenking van de gedeporteerde en vermoorde Haagse Joodse inwoners. Opdat zij niet vergeten worden.

In opdracht van de stichting heeft kunstenares Anat Ratzabi een ontwerp voor een betekenisvol monument gemaakt. Het monument kent verschillende onderdelen, en integreert tevens het bestaande Amalek-monument aan de Gedempte Gracht tot een prachtig en historisch monument, middenin de oude Joodse wijk. Den Haag -en in het bijzonder de Joodse gemeenschap- krijgt hierdoor de mogelijkheid om naar één plek te gaan om te herdenken en te herinneren.

Vroeger hing het Amalek Monument op de Gedempte Gracht in Den Haag. Het is in 1967 gemaakt door Dick Stins en na een renovatie in 2007 weer onthuld. Het is in de vorm van de Davidster. In de Davidster is een gezin dat bescherming zoekt en aan hun voeten is een afbeelding van een slachtoffer van de Holocaust.

Bij de Davidster is een regel uit Dewariem (Deuteronomium), een van de vijf boeken van de Torah, de Joodse naam voor het Oude Testament.
‘Gedenk wat Amalek u gedaan heeft… vergeet het niet. (DEUT: 25.17.19 )’ Daar onder staat hetzelfde in het Hebreeuws.

Symboliek

Amalek is de kleinzoon van Esau, die met zijn volk de aartsvijand van de Israëlieten was.

Onthulling

De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van de Stichting Levi Lassen.Het monument is onthuld op 12 oktober 1967 door opperrabbijn S. Beëri.

Locatie

Het gedenkteken was aangebracht op de gevel van het gebouw van de Stichting Levi Lassen, gelegen aan de Gedempte Gracht te Den Haag.

Monument detail Amalek 1

Monument detail Amalek 2

Onthulling Amalek monument 1967

Plaquette "Rachel weent"

Levi Lassen

Jacques Levi Lassen

Levi Lassen 1884 – 1962

Jacques Levi Lassen werd op 25 februari 1884 in de Duitse plaats Bergen geboren – als Jacob Levi. Op 15-jarige leeftijd trad hij in dienst van de textielfirma Siegmund Strauss Jr. In 1904 stuurde deze firma hem naar Nederland om de leiding van een vestiging in Den Haag op zich te nemen. Hij besloot zich permanent in Nederland te vestigen en verkreeg in 1920 het Nederlanderschap en in 1923 (bij Koninklijk Besluit) de goedkeuring tot het voeren van de naam Lassen. Het bedrijf floreerde en groeide tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. J.L. Lassen verliet op aandrang van zijn medewerkers Den Haag en bracht de oorlogstijd door in New York. In 1946 nam hij de leiding van het concern weer op zich. Ter nagedachtenis aan de vroegere bewoners van de Joodse Buurt, wijdde J.L. Lassen zich de laatste 16 jaar van zijn leven aan het herontwikkelen van dit oude stadsgebied. Op 24 juni 1957 richtte J.L. Lassen de Stichting Levi Lassen op, waarvan hij tot zijn dood (5 maart 1962) enig bestuurder was en waaraan hij bij testament zijn gehele vermogen naliet.

Detail monument

Foto: Ido Menco

Het Joods Kindermonument is ontworpen door de beeldende kunstenaars Sara Benhamou en Eric de Vries. Het monument heeft de vorm van zes trappen of ladders, in de vorm van opgestapelde stoelen die niet meer worden gebruikt, omdat de kinderen er niet meer zijn. Ze hebben allemaal een andere hoogte. Het idee van de ontwerpers is, dat je via de stoelentrap of -ladder omhoog klimt richting de hemel, waar de Joodse kinderen nu zijn. Op de stoelen zijn voornamen geschreven van 400 omgekomen kinderen met daarachter hun leeftijden. Deze 400 namen staan symbool voor alle omgekomen Joodse kinderen.
Het Joods Kindermonument is tegelijkertijd monument en een speeltoestel voor kinderen.

Kinder monument

Monumenten wandelroute

U kunt een speciale wandelroute volgen om een beeld te krijgen van het Joods Erfgoed in Den Haag. Klik hier voor de wandelroute.

Over de kunstenaar

Meer informatie over de kunstenares Anat Ratzabi: over de kunstenaar

Donateurs

Dit monument is mede tot stand gekomen dankzij deze donateurs.

Joods Erfgoed

Wilt u meer weten over het Joods erfgoed Den Haag en Nederland, kijk dan ook eens bij de volgende links